verstekeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ste·ke·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verstekeling verstekelingen
verkleinwoord verstekelingetje verstekelingetjes

Zelfstandig naamwoord

verstekeling m

  1. (scheepvaart) iemand die onbevoegd meevaart met een schip
    • De kapitein was niet erg te spreken over de twee verstekelingen die na enige dagen op zee op zijn schip aangetroffen werden. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie