verstarring

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·star·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verstarring verstarringen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verstarring v [2]

  1. het door het aanspannen van spieren verstijven
     Natasja was in die toestand van verstarring sinds die ochtend, toen Sonja het tot verbazing en ergernis van de gravin om een onbegrijpelijke reden nodig had gevonden om Natasja in te lichten over de verwonding van vorst Andrej en over zijn aanwezigheid in hun reisgezelschap.[3]
  2. (figuurlijk) minder flexibel worden
     De SP-senator stelt dat het kabinet een moeilijke tijd tegemoet gaat zonder een meerderheid in de Senaat. Hij voorziet twee mogelijke uitkomsten: "Als ze dit met creativiteit aanpakken, zijn ze bij ons welkom. Volharden ze in verstarring, dan zie ik maar één mogelijkheid: dan zullen we snel afscheid moeten nemen van dit kabinet." De SP gaat van 8 naar 9 zetels in de nieuwe Eerste Kamer.[4]
Synoniemen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. verstarring op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Leo Tolstoj op Wikipedia “Oorlog en Vrede” (1869), van Oorschot, ISBN 978902825115 1
  4. Bronlink geraadpleegd op 30 januari 2022 Weblink bron “'Kabinet krijgt moeilijke klus in Eerste Kamer'” (26-05-2015,), NOS