verspreken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·spre·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verspreken
versprak
versproken
klasse 4 volledig

Werkwoord

verspreken

  1. (wederkerend) zich ~: een uitspraak doen die men niet zo bedoelde te maken
    De kandidaat versprak zich in zijn toespraak op de verkiezingsbijeenkomst.
Vertalingen