versoepeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·soe·pe·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord versoepeling versoepelingen
verkleinwoord versoepelingetje versoepelingetjes

Zelfstandig naamwoord

versoepeling v

  1. een keer dat er iets wordt versoepeld
    • De ouders en hun drie kinderen hebben tot op het laatste moment geprobeerd te voorkomen dat zij naar Armenië terug moesten. Hun laatste hoop was het coalitieoverleg in politiek Den Haag maandag over een mogelijke versoepeling van het kinderpardon. Maar dat leidde niet tot een opschorting van de uitzettingen, bleek uit uitspraken van VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff rond 13.30 uur. [1] 
Afgeleide begrippen


Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad 21-1-2019 Advocate: Armeens gezin uitgezet