versmachtte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·smacht·te

Werkwoord

vervoeging van
versmachten

versmachtte

  1. enkelvoud verleden tijd van versmachten
    • Ik versmachtte. 
    • Jij versmachtte. 
    • Hij, zij, het versmachtte.