verslinden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·slin·den
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘verzwelgen’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • afgeleid van slind met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verslinden
verslond
verslonden
klasse 3 volledig

Werkwoord

verslinden

  1. overgankelijk grote hoeveelheden geheel verorberen
    • De leeuwen verslonden de waterbok in een minimum van tijd. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen