verslechteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·slech·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van slecht met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -eren.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verslechteren
verslechterde
verslechterd
zwak -d volledig

Werkwoord

verslechteren

  1. (ergatief) slechter worden, achteruitgaan
    De humanitaire situatie verslechtert per maand.
  2. (overgankelijk) slechter maken
    De sombere stemming werd verslechterd door tegenvallende cijfers over de economische groei in 's werelds grootste economie.
Vertalingen