verslapt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·slapt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verslappen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
verslappen

verslapt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verslappen
    • Jij verslapt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verslappen
    • Hij verslapt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van verslappen
    • Verslapt! 
  4. voltooid deelwoord van verslappen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.