verslapen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·sla·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verslapen
versliep
verslapen
klasse 7 volledig

Werkwoord

verslapen

  1. wederkerend onvrijwillig langer dan gepland blijven slapen
    Hoewel we ons versliepen, haalden we het vliegtuig nog op het nippertje.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.