verslaafd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·slaafd
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verslaven: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van: verslaven…
verbogen vorm: verslaafde

verslaafd

  1. voltooid deelwoord van verslaven
  2. vormt de voltooide tijden
    • Hij heeft zich in zijn jonge tijd een weinig teveel aan de studie verslaafd, maar nu stelt hij glorie die alleo te vergeten, uitgezonderd alleen deze spreuk die een weergaloze indruk op zijn gemoed gemaakt heeft: 'nobilitas sola est atque unica virtus'. [1]
  3. vormt een ergatieve constructie met het hulpwerkwoord raken
    • Daar raak je snel aan verslaafd. 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verslaafd verslaafder verslaafdst
verbogen verslaafde verslaafdere verslaafdste
partitief verslaafds verslaafders -

Bijvoeglijk naamwoord

verslaafd [2] [3]

  1. (medisch) lichamelijk of geestelijk afhankelijk geworden
    • Hij is lange tijd aan heroïne verslaafd geweest. 
     Slimme puissant rijke ondernemers of kansloos verslaafd aan crack en fentanyl.[4]
  2. (figuurlijk) verzot, dol op
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen