verslaafd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·slaafd
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verslaven: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Deelwoord

deelwoord
onverbogen verslaafd
verbogen verslaafde
vervoeging van
verslaven

verslaafd voltooid deelwoord van verslaven

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verslaafd verslaafder verslaafdst
verbogen verslaafde verslaafdere verslaafdste
partitief verslaafds verslaafders -

Bijvoeglijk naamwoord

verslaafd [1] [2]

  1. (medisch) lichamelijk of geestelijk afhankelijk geworden
    • Hij is lange tijd aan heroïne verslaafd geweest. 
  2. vormt een ergatieve constructie met het hulpwerkwoord raken
    • Daar raak je snel aan verslaafd. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen