verschrikt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·schrikt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verschrikken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
verschrikken

verschrikt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verschrikken
    • Jij verschrikt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verschrikken
    • Hij verschrikt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van verschrikken
    • Verschrikt! 
  4. voltooid deelwoord van verschrikken
vervoeging van
verschrikken

verschrikt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verschrikken
    • Jij verschrikt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verschrikken
    • Hij verschrikt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van verschrikken
    • Verschrikt! 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.