verschonen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·scho·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verschonen
verschoonde
verschoond
zwak -d volledig

Werkwoord

verschonen

  1. overgankelijk vervangen van vuile dingen door schone
    • Ik verschoon de luiers van mijn dochtertje. 
    • Hoe vaak verschoon jij je bed?. 
  2. overgankelijk sparen, vrijwaren
    • Ik hoop in de toekomst van dit soort vragen verschoond te blijven. 
  3. overgankelijk goedpraten, rechtvaardigen
    • Dit verschoont natuurlijk geenszins zijn handelswijze. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl