verschijnen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·schij·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘zich vertonen’ voor het eerst aangetroffen in 1265 [1]
  • Afgeleid van schijnen met het voorvoegsel ver-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verschijnen
verscheen
verschenen
klasse 1 volledig

Werkwoord

verschijnen

  1. ergatief aan het licht treden, zichtbaar worden
    • Er verscheen een zeilboot aan de horizon. 
     Maar ziet, in die nacht verscheen de heilige Nicolaas zelf ten tonele.[2]
  2. ergatief in druk of in andere vorm voor het eerst aangeboden worden
    • Dit boek is vorig jaar verschenen. 
    • Een jubileum waar niemand bij stil staat, verdient die naam misschien niet. Een herdenking met één deelnemer, dat klinkt niet koosjer. Toch grijp ik de gelegenheid, omdat het kinderboek dat precies 25 jaar geleden verscheen, met elke verhuizing mee mocht: Plinius Pinguïn (1990) van Boudewijn Büch (1948-2002), met tekeningen van Pauline Drost. [3] 
  3. voor het gerecht verschijnen
    • Hij moest vandaag voor de rechter verschijnen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

Verwijzingen