verschijnen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·schij·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘zich vertonen’ voor het eerst aangetroffen in 1265 [1]
  • Afgeleid van schijnen met het voorvoegsel ver-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verschijnen
verscheen
verschenen
klasse 1 volledig

Werkwoord

verschijnen

  1. ergatief aan het licht treden, zichtbaar worden
    • Er verscheen een zeilboot aan de horizon. 
  2. ergatief in druk of in andere vorm voor het eerst aangeboden worden
    • Dit boek is vorig jaar verschenen. 
  3. voor het gerecht verschijnen
    • Hij moest vandaag voor de rechter verschijnen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen