verschepen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·sche·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verschepen
verscheepte
verscheept
zwak -t volledig

Werkwoord

verschepen

  1. overgankelijk per schip wegzenden
    Het aantal Nederlandse munten dat naar Curaçao werd verscheept bleef onvoldoende.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.