verrijkt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·rijkt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verrijken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
verrijken

verrijkt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verrijken
    • Jij verrijkt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verrijken
    • Hij verrijkt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van verrijken
    • Verrijkt! 
vervoeging van: verrijken…
verbogen vorm: verrijkte

verrijkt

  1. voltooid deelwoord van verrijken

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be