verrijkt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·rijkt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verrijken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
verrijken

verrijkt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verrijken
    • Jij verrijkt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verrijken
    • Hij verrijkt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van verrijken
    • Verrijkt! 
  4. voltooid deelwoord van verrijken

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.