Naar inhoud springen

verrichten

Uit WikiWoordenboek
  • ver·rich·ten
  • In de betekenis van ‘uitvoeren’ voor het eerst aangetroffen in 1329 [1]
  • afgeleid van richten met het voorvoegsel ver- [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verrichten
verrichtte
verricht
zwak -t volledig

verrichten

  1. overgankelijk een prestatie leveren
     Ze wil luiers verschonen, en flessen maken, en andere handelingen verrichten waar haar broertje inmiddels te groot voor is.[3]
    • Zij keerden na werk in het buurland verricht te hebben naar hun woonplaats terug. 
     Het vertrek van een reeks hooggeplaatste functionarissen werd op 5 juli ingeluid door minister van Financiën Rishi Sunak en gezondheidsminister Sajid Javid. Het tweetal uitte bij hun vertrek felle kritiek op Johnson. Ze schreven in een verklaring dat de overheid geen "goed, competent en serieus werk" verricht.[4]
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[5]
  1. "verrichten" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. verrichten op website: Etymologiebank.nl
  3. Lynn Berger
    “De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
  4. Bronlink geraadpleegd op 6 juli 2022 Weblink bron “Britse premier Johnson stapt op, maar blijft zitten tot opvolger bekend is” (onderdag 07 juli 2022), NU.nl
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be