verrichten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·rich·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verrichten
verrichtte
verricht
zwak -t volledig

Werkwoord

verrichten

  1. (overgankelijk) een prestatie leveren
    Zij keerden na werk in het buurland verricht te hebben naar hun woonplaats terug.