verrezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·re·zen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
verrijzen

verrezen

  1. meervoud verleden tijd van verrijzen
    • Wij verrezen. 
    • Jullie verrezen. 
    • Zij verrezen. 
  2. voltooid deelwoord van verrijzen