verrek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·rek

Werkwoord

vervoeging van
verrekken

verrek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verrekken
    • Ik verrek. 
  2. gebiedende wijs van verrekken
    • Verrek! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verrekken
    • Verrek je? 

Tussenwerpsel

verrek

  1. (krachtterm) uitroep van grote verbazing
    • Verrek, hij zal toch niet ...? 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be