verrassend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ras·send

Werkwoord

vervoeging van
verrassen

verrassend

  1. onvoltooid deelwoord van verrassen
Afgeleide begrippen



stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verrassend verrassender verrassendst
verbogen verrassende verrassendere verrassendste
partitief verrassends verrassenders -

Bijvoeglijk naamwoord

verrassend

  1. iets onverwachts veroorzakend vooral in de leuke zin van het woord
    De ouders waren heel blij toen de kinderen hun een verrassende stedentrip cadeau gaven.
    De stijgende beurskoes was een verrassende ontwikkeling voor de aandeelhouder.