verprutst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·prutst
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verprutsen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
verprutsen

verprutst

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verprutsen
    • Jij verprutst. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verprutsen
    • Hij verprutst. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van verprutsen
    • Verprutst! 
  4. voltooid deelwoord van verprutsen