verpozing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[1] verpozing na een fiets- of wandeltocht
Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·po·zing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verpozing verpozingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verpozing v

  1. het onderbreken van een activiteit voor een rustpauze
    • Tijdens de fietstocht zochten we verpozing bij Frans Marie. 
  2. het onderbreken van een serieuze, belangrijke activiteit voor vorm van ontspanning
    • Stadsbewoners zoeken verpozing in het bos. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen