verpozing
Uiterlijk

- ver·po·zing
- Naamwoord van handeling van verpozen met het achtervoegsel -ing [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verpozing | verpozingen |
| verkleinwoord |
de verpozing v
- het onderbreken van een activiteit voor een rustpauze
- Tijdens de fietstocht zochten we verpozing bij Frans Marie.
- het onderbreken van een serieuze, belangrijke activiteit voor vorm van ontspanning
- Stadsbewoners zoeken verpozing in het bos.
- [1] rustpauze, pauze, rustpoos, rusttijd, wachttijd
- [2] amusement, recreatie, verstrooiing, verzetje, vermaak, vertier
1.
- Het woord verpozing staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "verpozing" herkend door:
| 78 % | van de Nederlanders; |
| 89 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ verpozing op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be