verplichtte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·plicht·te

Werkwoord

vervoeging van
verplichten

verplichtte

  1. enkelvoud verleden tijd van verplichten
    • Ik verplichtte. 
    • Jij verplichtte. 
    • Hij, zij, het verplichtte.