verpestte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·pest·te

Werkwoord

vervoeging van
verpesten

verpestte

  1. enkelvoud verleden tijd van verpesten
    • Ik verpestte. 
    • Jij verpestte. 
    • Hij, zij, het verpestte.