verpatsen
Uiterlijk
- ver·pat·sen
- In de betekenis van ‘Bargoens: beneden de prijs verkopen’ voor het eerst aangetroffen in 1860 [1]
- afgeleid van pats met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en [2]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verpatsen |
verpatste |
verpatst |
| zwak -t | volledig | |
verpatsen
- overgankelijk iets haastig of voor een sub-optimale prijs verkopen om aan geld te komen
- Hij verpatste zijn trouwring om de huur te betalen.
- Het woord verpatsen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "verpatsen" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ "verpatsen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ verpatsen op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Voorvoegsel ver- in het Nederlands
- Achtervoegsel -en in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 95 %