Naar inhoud springen

vernederen

Uit WikiWoordenboek
  • ver·ne·de·ren
  • afgeleid van neder met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vernederen
vernederde
vernederd
zwak -d volledig

vernederen

  1. overgankelijk iemand zo behandelen dat hij zich minderwaardig voelt
    • Er zijn vier kernsymptomen van narcisme, waarvan er drie meteen waarneembaar zijn. Namelijk ten eerste de neiging zichzelf op te blazen en machtig voor te doen; ten tweede een gebrek aan wederkerigheid, dus geen ruimte laten voor anderen; en ten derde de neiging mensen die kritiek leveren van zich af te stoten en te vernederen. Ik zie ze alledrie bij Trump.[2] 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]