vernachtte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·nacht·te

Werkwoord

vervoeging van
vernachten

vernachtte

  1. enkelvoud verleden tijd van vernachten
    • Ik vernachtte. 
    • Jij vernachtte. 
    • Hij, zij, het vernachtte.