vermoeide

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·moei·de

Bijvoeglijk naamwoord

vermoeide

  1. verbogen vorm van de stellende trap van vermoeid

Werkwoord

vervoeging van
vermoeien

vermoeide

  1. enkelvoud verleden tijd van vermoeien
    • Ik vermoeide. 
    • Jij vermoeide. 
    • Hij, zij, het vermoeide. 
  2. verbogen vorm van vermoeid, voltooid deelwoord van vermoeien
     Als toetje nam ik twee ibuprofen-pillen om de pijn in mijn voeten te verdoven en ik kroop met vermoeide benen in mijn slaapzak.[1]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia