vermageren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ma·ge·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vermageren
vermagerde
vermagerd
zwak -d volledig

Werkwoord

vermageren

  1. ergatief aan lichaamsgewicht verliezen
    • Door deze ziekte is hij erg vermagerd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie