vermaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·maan

Werkwoord

vervoeging van
vermanen

vermaan

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vermanen
    • Ik vermaan. 
  2. gebiedende wijs van vermanen
    • Vermaan! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vermanen
    • Vermaan je? 

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.