verloskamer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·los·ka·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verloskamer verloskamers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

verloskamer v / m [1]

  1. (medisch) kamer in een ziekenhuis waar de bevallingen plaatsvinden

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen