verloofd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·loofd
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verloven: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel
stellend
onverbogen verloofd
verbogen verloofde

Bijvoeglijk naamwoord

verloofd [1]

  1. door huwelijksbelofte verbonden
     Slechts twee jaar later zeilde hij het mooiste en snelste jacht dat er toen was naar de overwinning in de Kielregatta en zat aan de tafel van de Kaiser bij het afsluitende banket, net verloofd met Ingeborg.[2]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: verloven…
verbogen vorm: verloofde

verloofd

  1. voltooid deelwoord van verloven

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be