verloochenen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·loo·che·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verloochenen
vər.'lo.xənə(n)
verloochende
vər.'lo.xəndə
verloochend
vər.'lo.xənt
zwak -d volledig

Werkwoord

verloochenen [2]

  1. overgankelijk beweren geen betrekking tot het genoemde te hebben
    Hij verloochende zijn afkomst niet.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal