verloederen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·loe·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van loeder met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verloederen
verloederde
verloederd
zwak -d volledig

Werkwoord

verloederen

  1. (ergatief) te gronde gaan
    Die stad was helemaal verloederd.
Afgeleide begrippen
Vertalingen