verlinken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lin·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘Bargoens: verraden’ voor het eerst aangetroffen in 1906 [1]
  • afgeleid van link met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verlinken
verlinkte
verlinkt
zwak -t volledig

Werkwoord

verlinken

  1. overgankelijk aan de authoriteiten verraden
    • Ze waren duidelijk verlinkt, maar door wie? 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen