verliesloos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lies·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verliesloos verlieslozer verliesloost
verbogen verliesloze verlieslozere verlieslooste
partitief verliesloos verlieslozers -

Bijvoeglijk naamwoord

verliesloos

  1. zonder verlies
    • Het elftal had een verliesloos seizoen achter de rug. 
  2. zonder dat de kwaliteit achteruitgaat
    • Coderen in MP3 of JPEG is niet verliesloos. 

Gangbaarheid