verlengde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·leng·de

Werkwoord

vervoeging van
verlengen

verlengde

  1. enkelvoud verleden tijd van verlengen
    • Ik verlengde. 
    • Jij verlengde. 
    • Hij, zij, het verlengde. 
  2. verbogen vorm van verlengd, voltooid deelwoord van verlengen
     Mijn verlengde Amerikaanse Visum van zes maanden kostte vooral heel veel tijd maar ook nog eens 168 euro.[1]

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be