verleidster

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·leid·ster
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verleidster verleidsters
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

verleidster v [1]

  1. vrouw die verleid, vrouwelijke vorm van verleider

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen