verleider

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lei·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verleider verleiders
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

verleider m [1]

  1. iemand die of iets dat verleidt
     De entertainer, de charmeur en de verleider.[2]
Hyponiemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be