verlakken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lak·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bedriegen’ voor het eerst aangetroffen in 1521 [1]
  • afgeleid van lakken met het voorvoegsel ver- [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verlakken
verlakte
verlakt
zwak -t volledig

Werkwoord

verlakken

  1. overgankelijk (informeel) bedriegen, beetnemen [3]
  2. overgankelijk met lak overdekken, vernissen [4]
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen