verlaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·laat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verlaat verlaten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

verlaat o [2] [3]

  1. afvoerinrichting voor water
  2. kwijtschelding, uitstel
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
verlaten

verlaat

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van verlaten
  2. gebiedende wijs van verlaten
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verlaten: de stam zonder -t omdat de stam al op -t eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel

Deelwoord

deelwoord
onverbogen verlaat
verbogen verlate
vervoeging van
verlaten

verlaat voltooid deelwoord van verlaten

  1. vormt de voltooide tijden
    • Ik heb me verlaat. 
  2. vormt de lijdende vorm
    • De release wordt verlaat tot volgend jaar. 
  3. attributief gebruikt:
stellend
onverbogen verlaat
verbogen verlate
partitief verlaats

Bijvoeglijk naamwoord

verlaat

  1. later plaatsvindend dan oorspronkelijk bepaald
    • Is dit een verlate 1 aprilgrap? 
    • Excuses voor de verlate reactie. 
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen