verlaagde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·laag·de

Werkwoord

vervoeging van
verlagen

verlaagde

  1. enkelvoud verleden tijd van verlagen
    • Ik verlaagde. 
    • Jij verlaagde. 
    • Hij, zij, het verlaagde. 
  2. verbogen vorm van verlaagd, voltooid deelwoord van verlagen