verkwister

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·kwis·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verkwister verkwisters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verkwister m [1]

  1. iemand die waardevolle zaken niet voor nuttige zaken gebruikt
    • Ik geef een voorbeeld. Ik noem de vrek en de verkwister. De één pot zijn geld op, de ander smijt het over de balk. Het zijn twee uitersten en toch behoren ze allebei tot het rijk van de duivel.[2] 
    • De afgelopen maanden kreeg Bouterse veel kritiek, omdat zijn regering veel meer geld uitgeeft dan er inkomsten zijn. Ook loopt de overheid fors achter met betalingen aan derden zoals aannemers en andere dienstverleners. Dit leidde tot onrust op de valutamarkt waardoor de Centrale Bank zich half september genoodzaakt zag enkele monetaire maatregelen te nemen en de overheid tot zuinigheid te manen. Politieke tegenstanders van Bouterse maken dankbaar gebruik van deze ontwikkelingen door de regering als 'verkwisters en graaiers'af te schilderen.[3] 
    • "Nog even en ECB-president Mario Draghi kondigt nul procent rente af."Volgens Jeanne Dijkstra kunnen Nederlanders hun centen beter opmaken in plaats van sparen. "Spaarzame Nederlanders zijn knettergek als zij zich laten bestelen door de ECB, die verkwisters prefereert boven spaarders."Bent u met deze lezer eens? laat het ons weten in een reactie.[4] 
    • ‘Verkwisting’ is door een wetswijziging een reden voor beschermingsbewind geworden. Daarbij gaat het erom dat de ‘verkwister’ de gewoonte heeft boven zijn stand te leven en daardoor niet goed in zijn eigen onderhoud kan voorzien.[5] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen