verkrachten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·krach·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verkrachten
verkrachtte
verkracht
zwak -t volledig

Werkwoord

verkrachten

  1. overgankelijk, (seksualiteit) iemand met geweld tot seksueel verkeer dwingen
    • Zij werd door twee kerels verkracht. 
  2. op grove wijze schenden
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl