verkouden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·kou·den

Bijwoord

verkouden

  1. (medisch) een kou gevat hebben, een infectie hebben aan de bovenste luchtwegen
    • `Sarah! Alweer jij. Ben jij toevallig verkouden? Het is wel toevallig dat jij altijd verkouden bent. Vind je dat niet erg toevallig?' [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Sandes, David De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 142