verkouden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·kou·den
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘kou gevat hebbend’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1762 [1]

Bijwoord

verkouden

  1. (medisch) een kou gevat hebben, een infectie hebben aan de bovenste luchtwegen
    • `Sarah! Alweer jij. Ben jij toevallig verkouden? Het is wel toevallig dat jij altijd verkouden bent. Vind je dat niet erg toevallig?' [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen