verkoeverde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·koe·ver·de

Werkwoord

vervoeging van
verkoeveren

verkoeverde

  1. enkelvoud verleden tijd van verkoeveren
    • Ik verkoeverde. 
    • Jij verkoeverde. 
    • Hij, zij, het verkoeverde. 

Gangbaarheid