verkoeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Schotse Hooglander zoekt verkoeling in het water
Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·koe·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verkoeling verkoelingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verkoeling v [2]

  1. middel dat koelte geeft
    • Veel verkoeling op de oververhitte woningmarkt zal de nieuwbouw echter niet geven. Als het huidige bouwtempo niet verder wordt verhoogd is het huidige tekort pas in 2040 gehalveerd naar éen acceptabele 100.000 woningen’, zo verklaarde de Nederlandse Vereniging van Makelaars en Taxateurs (NVM) onlangs nog.[3] 
    • Kiki Bertens heeft als voordeel dat ze vrijdag pas in de avonduren in actie hoeft te komen en dus op wat meer verkoeling kan rekenen.[4] 
    • In de loop van maandag komt er waarschijnlijk verkoeling. Dan wordt het een schamele 33 graden in Sydney, met een kansje op regen.[5] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. verkoeling op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. de Telegraaf DFT 26 jan. 2018
  4. de Telegraaf 18 jan. 2018
  5. de Telegraaf 07 jan. 2018
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be