verknoeien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·knoei·en
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verknoeien
verknoeide
verknoeid
zwak -d volledig

Werkwoord

verknoeien

  1. iets waardeloos maken, iets verprutsen, verpesten
    • De vlek verknoeide de mooie trouwjurk en daarmee ook de hele bruiloft. 
  2. niet nuttig gebruiken
    • Hij verknoeide zijn tijd, geld en moeite door maar te blijven werken aan de onmogelijke uitvinding. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen