verklapten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·klap·ten

Werkwoord

vervoeging van
verklappen

verklapten

  1. meervoud verleden tijd van verklappen
    • Wij verklapten. 
    • Jullie verklapten. 
    • Zij verklapten.