verklaarde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·klaar·de

Werkwoord

vervoeging van
verklaren

verklaarde

  1. enkelvoud verleden tijd van verklaren
    • Ik verklaarde. 
    • Jij verklaarde. 
    • Hij, zij, het verklaarde.