verkeerswisselaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

bord voor verkeerswisselaar
Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·keers·wis·se·laar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verkeerswisselaar verkeerswisselaars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verkeerswisselaar m

  1. verkeersknooppunt
    • De Mercedes waarin de vader met zijn zoontjes reed, raakte omstreeks 11 uur van de weg op de A30 bij de verkeerswisselaar Bad Bentheim/Nordhorn, knalde door een wildraster, vloog over de kop en kwam op de kop tussen struikgewas te liggen.[1] 
    • Volgens de klassieke manier van denken hebben we, toen het verkeer dichter werd, een systeem met stoplichten bedacht om het te reguleren. Daarom sta je voor dat rode stoplicht, ook al komt er in de verste verte niets aan. Als mens ben je onderworpen aan dat systeem, en het kruispunt wordt onderbenut als verkeerswisselaar.[2] 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Tubantia Caspar Naber 26-DECEMBER-2017
  2. NRC Marc Leijendekker 10 september 2005